
Florian Roman is GZ-psycholoog en werkt onder andere via Stichting 1NP. Hij ontdekte provocatief coachen al op zijn negentiende, tijdens zijn studie toegepaste psychologie, en doorliep de opleiding bij het IEP het eerste, tweede en derde jaar achter elkaar. Sinds twee jaar is hij aanwezig bij de opleiding als vaste begeleider.
Hoe kwam je in aanraking met provocatief coachen?
Ik was negentien, mijn ouders waren net uit elkaar gegaan en ik was gestopt met mijn studie toegepaste psychologie. Ik wist wel dat ik iets met psychologie wilde doen, dus ik zocht op internet naar verschillende gesprekstechnieken. Op een gegeven moment kwam ik het filmpje van Jaap Hollander tegen met de Dobberende Doener (zie https://www.youtube.com/watch?v=TW21-MUMlsM?). Ik vond dat zo grappig. Toen ben ik op zoek gegaan naar boeken over provocatieve therapie, en hoe meer ik las, hoe enthousiaster ik werd. Het greep me en heeft me eigenlijk nooit meer losgelaten.
Ik ben toen eerst dramatherapie gaan doen, omdat dat een goede ingang leek. Maar daar zet je cliënten vooral in allerlei rollen, en ik wilde zelf juist graag kunnen spelen. Met mijn studenten-OV ben ik destijds op zoek gegaan naar professionals die provocatief werkten: Jaap Hollander Jeffrey Wijnberg, Rob Hogewoning, Paul Berghuis, Jeroen Stek en ook Adelka Vendl heb ik zo leren kennen. Ik stuurde ze gewoon een mail: ik ben student, kun je me vertellen hoe je dit in de praktijk doet? Een aantal van hen stond open voor een gesprek. Dat was ontzettend leuk. Omdat ik hetzelfde deed met creatief therapeuten, kwam ik erachter dat het toch een beter idee is om psychologie te gaan studeren om uiteindelijk een eigen praktijk te kunnen starten.
Wat was voor jou de aanleiding om uiteindelijk de opleiding te gaan doen?
Mijn doel was altijd om GZ-psycholoog te worden, want dan heb je vrijheid en kun je behandeling geven op de manier die het beste bij je past. Dat bereiken kostte ontzettend veel tijd en energie. Tijdens mijn afstudeerstages ben ik er twee keer uitgezet, omdat ik graag provocatief bezig was. In een ziekenhuis kreeg ik van mijn supervisor te horen dat ik patiënten aan het lachen maakte, en dat dat niet de bedoeling was bij zo’n kwetsbare doelgroep. Daar werd niet altijd enthousiast op gereageerd, terwijl het effect op de patiënten juist helend was.
Toen het eenmaal gelukt was om GZ-psycholoog te worden dacht ik: wat heb ik nog over om naar te streven? Ik had het er met mijn vriendin over, dat ik de provocatieve opleiding nog steeds wilde doen. Zij zei: doe het maar, je hebt het er al jaren over.
Met welke leervraag kwam je de opleiding binnen?
Ik wilde vooral veel plezier hebben. Maar dat is ook wel altijd mijn eigen valkuil geweest: dat ik zo op kan gaan in mijn eigen plezier, dat ik de ander uit het zicht verlies. In het begin raakte ik cliënten daardoor wel eens kwijt. Dat ze niet meer verder wilden met een traject.
Hoe heb je geleerd dat contact wel te behouden?
Dat heeft vooral met tempo te maken. Als ik enthousiast word, kan ik steeds sneller gaan, en dan past dat tempo niet meer bij de ander. Dus ik let nu heel goed op hoe snel iemand praat en hoelang het duurt voordat iemand antwoord geeft. En ik check het contact tijdens de gesprekken met congruente vragen: wat vind je er eigenlijk van als ik dit zomaar tegen je zeg? Vaak zeggen mensen dan: ik vind het niet leuk om te horen, maar het is goed dat je het zegt.
Ik geef ook mijn intentie aan. Ik zeg dat ik dingen zeg om iemand sterker te maken, of om patronen te doorbreken die in de weg zitten, en dat ik volledig aan hun kant sta. Als iemand dan toch blijft aangeven dat hij het niet prettig vindt, gaan we wat anders doen, of verwijs ik door naar een andere behandelaar.
Je bewaakt dus een grens. Wat heb je nog meer geleerd over het stellen van grenzen?
Ik heb een paar maanden geleden een behandeling afgesloten met een mevrouw die tegen me zei dat ze meer vrouwelijke energie van mij nodig had. Ik zei: maar ik ben geen vrouw, ik kan wel doen alsof ik vrouwelijke energie heb, maar niet in de mate die jij nodig hebt. Dus dan heb je misschien een vrouwelijke behandelaar nodig. Dat vond ze ook. Toen ik net begon, vond ik dat soort situaties moeilijk. Ik had het idee dat ik elke cliënt aan boord moest kunnen houden. Nu heb ik er vrede mee dat het soms voorkomt dat iemand ergens anders beter terecht kan.
Welk moment uit de opleiding staat je nog het meest bij?
Het zijn vooral de demonstraties van Jaap en Jeffrey, en specifieke uitspraken die ze doen die heel scherp aansluiten op hoe iemand zich presenteert. Ik herinner me een cliënt die tegen Jaap zei dat hij regelmatig sport. Jaap reageerde met: ‘oh ja, echt waar, is dat echt zo?’. De hele groep moest lachen, want de man had best wel een buikje. Dat is gewoon de eigen creativiteit en speelsheid van de coach, en daar kan ik enorm van genieten.
Welke technieken gebruik je het meest in je werk?
Het hangt heel erg af van wat zich in een gesprek voordoet, maar overdrijven is iets wat ik veel doe. Ik had een cliënt die zich enorm ergert aan zijn schoonfamilie, omdat hij ze dom vindt. Dan geef ik hem complimenten: ‘Wat fijn dat jij in die kamer stapt en het hele gemiddelde intelligentieniveau in één keer omhoogtrekt’. Hoe meer hij dat probeert recht te trekken, hoe krommer ik het weer maak. Zo relativeert hij zijn eigen gedrag.
Bij een cliënt met OCD-klachten (dwangstoornis) die vertelde dat hij 1 keer heen en weer was gelopen om iets te controleren zei ik: ‘Maar dat is toch geen echte compulsie, een echte compulsie is minstens twintig, dertig keer heen en weer lopen’. En bij een man die op middelbare leeftijd verliefd was geworden op een jongere vrouw en zich daar enorm druk over maakte, heb ik het genormaliseerd: ‘Is het niet heel normaal dat je, na zo lang in een slecht huwelijk, verliefd wordt op iemand die zo aantrekkelijk is?’. Dat heb ik twee, drie sessies herhaald, en toen maakte hij zich er helemaal niet meer druk om en kon hij weer goed slapen.
Wat heb je over jezelf geleerd in al die jaren?
Dat ik behoorlijk koppig kan zijn en niet altijd flexibel ben, vooral als ik denk dat ik ergens gelijk in heb. Daar ben ik wel in veranderd en ik kan beter meebewegen nu. Ik vraag aan het einde van een behandeling altijd hoe iemand het heeft ervaren, wat prettig was en wat niet. Dat vind ik enorm waardevol.
Wat wil je anderen meegeven over provocatief coachen?
Vooral het plezier in het werk. Als je de provocatieve stijl toevoegt aan je gereedschapskist, kan dat je werken met mensen, in welk vakgebied dan ook, enorm vergroten. Ik zie ook mensen met forse psychische klachten die met een ernstige blik naar hun eigen problemen kijken. Als ik zo iemand ook maar een beetje om zijn probleem kan laten lachen, is dat al zo’n verandering in hoe ze naar dat probleem kijken. Vorige week kwam een mevrouw binnen die de hele tijd aan het huilen was toen ze binnenkwam, en ze liep de gesprekskamer weer uit terwijl ze alleen nog maar lachte en heel vrolijk was. En daar word ik dan ook weer vrolijk van.