
Naast de gezelligheid van het samen eten is het gezondheidsaspect van voeding ook heel belangrijk voor mij. Ik probeer zoveel mogelijk objectieve informatie op te zoeken, maar ik ben me er terdege van bewust, dat veel informatie vaak anders doet vermoeden dan waar is (ofwel misleidend) en dat ik daarbij niet altijd het kaf van het koren kan onderscheiden. De belangen en daarmee de spitsvondigheden van de levensmiddelenfabrikanten zijn immers groot.
De opleidingen die ik bij het IEP gevolgd heb, hebben mij wel aanzienlijk bewuster gemaakt van de bewuste en onbewuste processen die zich in het brein afspelen en de pogingen van de voedingsindustrie om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Overigens heb ik niet de illusie dat ik me geheel van deze invloeden kan afsluiten. Ik realiseer mij dat er al veel bekend is over voeding, maar ook nog veel niet.
Ik eet over het algemeen gezond, maar kan van tijd tot tijd ook genieten van een “ongezonde hap”. Met een variatie op de bekende “80-20 regel” heb ik balans aangebracht tussen gezond/ongezond: 90% gezond en 10% ongezond.
Bekend is dat het leiden van een gezonde levensstijl, statistisch gezien, leidt tot een langer en aangenamer leven. Ik zie in de wereld om mij heen dat het besef van gezonde voeding en een gezonde levensstijl steeds meer begint door te sijpelen, maar dat heel veel mensen (nog) niet weten hoe zij dit moeten aanpakken.
Ik heb al langere tijd met de gedachten gespeeld om anderen te begeleiden hun gezondheid duurzaam te veranderen.
Bij die gedachte is het lange tijd bij gebleven. Totdat de situatie zich voordeed dat mijn status als “werknemer” onvrijwillig gewijzigd werd in die van “werkzoekende” (t.g.v. een reorganisatie).
In die tijd ontmoette ik een persoon die distributeur was van gezonde voedingsproducten. Aanvankelijk was ik zeer sceptisch.
Ik besloot de gelegenheid toch een kans te geven en ik ben me gaan verdiepen in de producten en de organisatie daar omheen. Dat heeft me een goed gevoel gegeven. Ik heb het geheel laten bezinken (en mijn onbewuste daarmee aan het werk gezet) en ben tot de conclusie gekomen om, mede gezien mijn kansen op de toenmalige (en huidige) arbeidsmarkt, deze gelegenheid aan te pakken; let’s give it a try.
Ik ging producttrainingen volgen en gevoed door mijn biochemische en voedingskundige achtergrond was ik in staat om de producten vrij snel te doorgronden.
De volgende stap was dat ik de producten en de daarbij horende diensten (begeleiding) aan de man moest gaan brengen. En daar vormde een groot pijnpunt voor mij; acquireren was niet mijn ding. Hierdoor ging ik twijfelen of ik er wel mee door zou moeten gaan. Ik besloot uiteindelijk om toch door te gaan. Maar mocht ik onverhoopt een “reguliere” baan vinden dan zou ik er mee stoppen. Of in ieder geval deze activiteiten op een lager pitje zetten.
Toen kwam ik “Annie” tegen; een klein vrouwtje die altijd een kruidenierswinkel heeft gehad maar die 15 jaar geleden had besloten haar winkeltje aan de kant te zetten om (ook) distributeur te worden.
Ik heb met haar een aantal maal op een braderie gestaan en was onder de indruk hoe makkelijk en authentiek zij mensen aansprak en hoe snel zij het vertrouwen kreeg in een gesprek met een willekeurig persoon.
Ik had de persoon gevonden die ik wilde modelleren.
Tijdens de gesprekken die ik vervolgens met haar heb gevoerd kwam ik achter haar “geheim: tijdens de vele jaren van hard werken in haar kruidenierswinkel heeft zij geleerd echt geïnteresseerd te zijn in (het wel en wee) van mensen.
Het uitvragen ging in het begin moeizaam. “Ik weet niet wat ik doe. Dat doe ik gewoon” was regelmatig haar antwoord. Maar al pratende en doorvragend kwamen de onderliggende gedachten, gevoelens en overtuigingen langzaam bovendrijven.
De gesprekken hebben uiteindelijk waardevolle informatie opgeleverd; voor zowel Annie als voor mij.
Overtuigingen:
Criteria:
Metaprogramma’s die hierbij aanstaan:
Basisvoorwaarde voor het nemen van de stappen zijn:
Zorg dat bovengenoemde zaken geregeld zijn, zodat je op de dag van de braderie daar niet (onnodig) mee bezig hoeft te zijn.
6.1 Focussen op het doel
Het doel van deze stap is om in de juiste mentale toestand te komen voordat je bij het evenement aankomt.
Zintuiglijk voorbeeld:
Ik word ’s morgens wakker en ik weet dat ik die dag met mijn collega’s naar een evenement ga om mensen aan te spreken met als doel om een aantal vervolggesprekken af te spreken.
Ik sta op, ga me douchen en ik trek mijn (bedrijfs)kleding aan.
Ik ga voor de spiegel in mijn slaapkamer staan. Met een knikje en een glimlach wens ik me zelf een goede morgen toe. Ik roep een herinnering op waarbij ik zeer trots was op iets wat ik gedaan had. Dat was tijdens het schrijven van mijn scriptie. Ik had als opdracht om na te gaan of een kwalitatieve reumatest omgezet kon worden in een kwantitatieve test. Tijdens het uitvoeren van een test met materiaal van een patiënt die “stijf stond van de reuma” was het resultaat negatief. Dit kon niet juist zijn, maar ik snapte niet waarom dat was. Ineens begon mijn hart sneller te kloppen, begon ik sneller te ademen; kortom ik kreeg een gevoel van opwinding. Eureka! Het vermoeden rees bij mij op dat ik de oplossing wist. Na verder onderzoek bleek ik het bij het rechte eind te hebben. (Uiteraard had deze ontdekking gevolgen voor de betrouwbaarheid van de test).
Dit trotse Eureka-gevoel veranker ik auditief en kinesthetisch (“Yes”, terwijl ik met een gebalde vuist en mijn arm in een hoek van 90o een beweging naar achteren maak).
Vervolgens neem ik geassocieerd de tijd om me bewust te focussen op mijn doel. Ik zeg tegen mijzelf: “Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar een evenement en ga ik leuke gesprekken aanknopen met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.”
Ik stel me voor dat ik naar een film kijk waarin Leon de hoofdrol speel: hij staat aan de kant van de weg. Hij heeft een klapper in de hand en luistert naar wat een voorbijganger te vertellen heeft. Af en toe vraagt hij wat en maakt wat aantekeningen; maar hij luistert voornamelijk. Dan weer kijkt hij serieus of glimlacht hij en dan knikt hij met zijn hoofd; zijn bewegingen gaan met het gesprek mee; hij staat daar ontspannen en geïnteresseerd bij. Het is zonnig weer.
Wanneer ik dit beeld zie, haal ik het naar mij toe en stap er in. Met behulp van het anker en de armbeweging roep ik het trotse gevoel op. Ik veranker dit gevoel dieper met de woorden die ik eerder tegen mezelf gezegd heb: “Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar een evenement en ga ik leuke gesprekken voeren met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.”
Ik herhaal dit een aantal maal en neem dit fijne gevoel mee.
Het doel van deze stap is om het goede gevoel van de vorige stap vast te houden en mee te nemen naar het evenement.
Opmerking: de gekozen evenementen waar ik aan deelneem bevinden zich allemaal binnen een straal van 15-20 kilometer, zodat ik er met de fiets naar toe kan gaan.
Zintuiglijk voorbeeld:
Ik zet de fiets klaar en doe mijn rugzak om. Ondertussen visualiseer ik de route die ik ga afleggen. Dan kom ik in gedachte bij mijn collega’s aan en ik heb het gevoel dat ik er zin in heb. Ik associeer in dit tevreden gevoel met behulp van mijn anker.
Ik stap op de fiets en ga met dit tevreden gevoel op weg. Al fietsend kijk ik bewust om mij heen en geniet ik bewust van het landschap. Gedachten die bij mij opkomen word ik gewaar en laat ze weer gaan. Ik merk dat ik een heel tevreden en trots gevoel heb en dat ik zin heb om mensen te ontmoeten.
Zodra ik aankom bij mijn collega’s begroet ik hen en word ik gewaar van het “wij-gevoel”. Dit heeft op zich een versterkend effect op mijn “trotse gevoel”; ik heb er zin in.
Met dat gevoel verleen ik de nodige hand- en spandiensten en als alle voorbereidingen zijn getroffen, drinken we samen een kop (koffie of thee).
Doel van deze fase is om in een optimale toestand te komen voor de naderende acties.
Zintuiglijk voorbeeld:
Ik ga op een stoel zitten, voeten op de grond, handen op de knieën, de rug gerecht.
Ik doe mijn ogen dicht en ik richt mijn aandacht naar binnen.
In gedachten ga ik terug naar een van de fietstochten die ik met een goede vriend heb. Iedere keer als wij elkaar ontmoeten, en dan maakt het niet uit hoe lange tijd er tussen zit, lijkt het of wij elkaar gisteren gesproken hebben. We hebben elkaar altijd veel te vertellen; ik luister met aandacht en met veel interesse naar zijn verhaal. Hij doet hetzelfde als ik mijn verhaal vertel.
Al pratend fietsen wij op ontspannen manier op de dijk langs de Maas en ervaren alle mooie vergezichten die deze rivier en het landschap ons biedt. Af en toe stoppen we om in alle rust de schoonheid daarvan op ons in te laten werken. We genieten van de warmte en schoonheid van de voorjaarszon, de geuren en kleuren van de planten en bomen, het geluid van de koeien en vogels.
Terwijl ik op de stoel in gedachten naar deze situatie terug ga, probeer ik de warmte van de zon te versterken, de geuren en kleuren intenser en het geluid van de vogels melodieuzer te maken.
In deze toestand zeg ik tegen mezelf: “Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar de braderie en ga ik leuke gesprekken voeren met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.”
Contact maken
Het doel van deze stap is om contact te maken met een willekeurige voorbijganger waaruit vervolgens een gesprek kan volgen. De kern van deze stap is dat het leuk is, dat je benieuwd bent naar en open staat voor de ander en dat je iets te bieden hebt.
Zintuiglijk voorbeeld:
Ik zoek een geschikte plek; dicht bij de marktkraam maar een beetje uit de buurt van een eventuele collega. Ik begeef me naar die plaats, draai me in de richting van de voorbijgangers. Ik sta in een open actieve houding: voeten een beetje uit elkaar, rechte rug, handen (met een klapper) op de rug of opzij van mijn lichaam. Mijn hoofd is een beetje gebogen en op mijn lippen verschijnt een “vermoeden van een glimlach”. Ik voel me lekker en denk bij mezelf “Yes, ik heb er zin in”. Ik bal mijn vuist en maak een armbeweging naar achteren. Ik kijk wat er zich rondom mij heen afspeelt. Zodra iemand (al dan niet een bezoeker) mijn aandacht trekt zoek ik contact. Reageert deze persoon niet of wendt hij/zij zich van mij af, dan kijk ik verder rond naar wat mijn aandacht trekt. Kijkt deze persoon mij wel aan, maar maakt daarbij duidelijk niet open te staan voor contact, dan wens ik hem/haar een “prettige dag” toe. Zodra iemand positief reageert op mijn poging om contact te maken spreek ik hem/haar aan en zeg ik “Goede middag meneer/mevrouw. Mag ik u wat vragen?”.
Indien de persoon dan afwijzend reageert, dan bedank ik hem/haar voor de aandacht en wens hem/haar een prettige middag.
Staat deze persoon open voor contact dan begin ik een gesprek.
Doel van het gesprek is een vervolgafspraak te maken met de persoon in kwestie.
Zintuiglijk specifiek:
Ik stel een drietal gesloten vragen, waarop de ander alleen met “Ja” of “Nee” kan antwoorden. Ik noteer de antwoorden op het belangstellende formulier.
Vervolgens stel ik open vragen en ik ben benieuwd naar de antwoorden. Ik laat mijn handen deze vragen vergezellen. Ik leun iets naar voren en leg mijn oor te luisteren; ik probeer me zoveel mogelijk in te leven in de ander. Ik luister naar het antwoord en beweeg dynamisch met het gesprek van de ander mee. In mijn hoofd ontstaan er vanzelf allerlei associaties met mijn kennis en ervaring op het gebied van een gezonde levensstijl. Ik zie het voor me en praat tegen mezelf. Ik reflecteer op de antwoorden en geef daar waar nodig complimenten. Ik merk wat de overeenkomsten zijn en ga daar eventueel kort op in. Ik ben alert op de oogbewegingen. Indien relevant stel ik metavragen om de communicatie helder te krijgen.
Gaandeweg kan de gedachte ontstaan “Goh, ik zie mogelijkheden om jou te helpen.”
Tot slot vraag ik of de persoon geïnteresseerd is in een vervolggesprek, waarbij ik uitleg dat ik dan meer de tijd en gelegenheid heb uit te leggen of en hoe ik deze persoon kan helpen zijn levensstijl te verbeteren. Ik leg dit aanbod weer in mijn hand en geeft dan met een handgebaar aan de ander. Met nadruk vertel ik erbij dat dit gesprek geheel vrijblijvend is. Dit vergezel ik door beide handen naar voren te steken, handen schuin omhoog en opengevouwen, licht achterover hellend en met het vermoeden van een glimlach op mijn gezicht.
De volgende opties zijn mogelijk:
1: De ander is geïnteresseerd in een vervolggesprek; ik noteer naam, telefoonnummer en de dag waarop de ander bij voorkeur gebeld wil worden.
2: De persoon wil geen vervolgafspraak maken en er is ook geen aanleiding voor mij om daar op door te gaan. Ik bedank hem/haar voor het gesprek en wens hem/haar nog een prettig vervolg van de dag toe.
3: De persoon is niet geïnteresseerd in aanvullende informatie en wil dan ook geen vervolgafspraak maken. Ik “zie” echter dat die persoon gebaat zou zijn met wat hulp, maar daar nog niet aan toe is. In mijn gedachten zeg ik dan “Okay”(1) “Hij is er nog niet aan toe, maar ik heb in ieder geval wel een zaadje geplant”. Ik bedank hem/haar voor het gesprek en wens hem/haar nog een prettige voortzetting van de dag toe.
4: De persoon reageert afwijzend, maar zou “in mijn ogen” veel gezondheidswinst kunnen halen als hij/zij een aantal veranderingen zou doorvoeren in zijn/haar manier van leven/ eten. Al dan niet met (mijn) hulp. Hier heb ik dan oprecht moeite mee. Ik bedenk bij mezelf dan “Okay”(1) “Laten gaan, maar wat zou jij mijn hulp goed kunnen gebruiken”. Ik respecteer zijn/haar beslissing, bedank hem/haar voor het gesprek en wens hem/haar een prettige dag toe.
Ik richt me vervolgens weer op de omgeving. Ik wacht even voordat ik weer oogcontact zoek met een voorbijganger.
7 Commentaar
Mijn expert heeft door de jaren heen een soort “zuster Therasia attutude” ontwikkeld. Ze is klein begonnen en heeft zich altijd open gesteld voor iedereen en dan met name voor degenen die het (in haar ogen) minder hebben. Ze groot geworden door klein te blijven en door te geven, zonder daar iets voor terug te verwachten. “Geven is de beste manier om te ontvangen” zou zo maar een motto kunnen zijn van haar.
Daarentegen heeft zij ook de nodige zakelijkheid geleerd in de tijd dat zij haar winkel leidde; zij laat niet over zich heen lopen.
Bij de sluiting van haar kruideniertje werd haar altruïstische gedrag beloond door de aanwezigheid van veel bekenden en klanten. Dit heeft haar veel goed gedaan. Het is een echte mensenmens.
Dit alles heeft haar gemaakt tot de expert die zij geworden is en waarom ik haar heb willen modelleren.
Ik kan me voorstellen dat degenen die bovenstaande techniek willen aanleren, maar die de ervaring van mijn expert (ten dele) missen, zich extra zullen moeten inzetten om deze techniek daadwerkelijk vanuit hun hart, op een authentieke wijze toe te passen. Maar: wat een ander kan, kan ik ook (leren)
8 Belangrijkste stap
Voor mij persoonlijk zijn de eerste en vijfde stap de belangrijkste onderdelen. Met de eerste stap zet je jezelf in de juiste mindset; het zorgt er voor dat je een open benieuwde houding aanneemt, waarbij het doel (het verkrijgen van vervolgafspraken) verwordt tot een vanzelfsprekend gevolg van je congruente houding.
Met stap 5 geef je gevolg aan je houding; je bent geïnteresseerd in de ander en je biedt op een authentieke (bijna altruïstische) wijze hulp aan waar dat nodig kan zijn.
9 Problemen
(1): het woordje “Okay” gebruik ik als anker:
| Bijlage MindSonar Profiel | ||
| Naam: | Annie | Maatstaven (gesorteerd): 1: ‘Gezelligheid’ versus ‘rot sfeer’ 2: ‘Contact’ versus ‘eenzaamheid’ 3: ‘Vervolg afspraken’ versus ‘geen afspraken’ 4: ‘Schone werk plek’ versus ‘vuile werkplek’ Metacriterium: ‘groei’ versus ‘achteruitgaan’ |
| Datum afname: | 08-10-2014 | |
| Context: | als ik aan het werk ben | |
MindSonar Profiel van Annie
voor de context van als ik aan het werk ben
Datum afname: 08-10-2014
Geslacht:vrouw
Geboortedatum: 00-00-1956
Beroep: Distribiteur
Beroepscategorie: Voedingssector
Functieniveau: Middenkader
Opleidingsniveau: Middelbaar Beroeps Onderwijs
Burgerlijke staat: Gehuwd/Samenwonend
Samenvatting
Het profiel van mevrouw op doordat zeer hoge scores of ‘pieken’ (scores van 8 of hoger) ontbreken.
Wel zijn er negen metaprogramma’s met hoge scores (hoger dan 6, of soms bij driewaardige metaprogramma’s hoger dan 5) te zien, namelijk
1. ‘Proactive’ (proactief)
2. ‘Towards’ (er naartoe)
3. ‘Options’ (opties)
4. ‘Matching’ (voldoet wel)
5. ‘Internal locus of control’ (controle binnen zelf)
6. ‘General’ (globaal)
7. ‘Development’ (ontwikkeling)
8. ‘People’ (mensen)
9. ‘Use’ (gebruik)
Graves categorisering
Mevrouw heeft een middenscore voor de oranje drive (een ander woord voor ‘drive’ is ‘motivatietype’; d.w.z. het soort motivatie). Verder heeft zij lage scores voor alle andere drives, behalve voor de rode drive. Merk op, dat deze scores allemaal laag zijn, alleen de score op de rode drive is zeer laag. Dit is een zeer sterk gespreid beeld: alle soorten waarden (op één na) die we hebben gemeten zijn ongeveer even belangrijk voor haar; maar de oranje drive is duidelijk iets belangrijker. Deze drive karakteriseert haar waarden nog het best. Mevrouw vindt bijna alle soorten waarden wel enigszins belangrijk, waarbij de oranje waarden op de eerste plaats komen.
In de context van ‘als ik aan het werk ben’ heeft zij criteria (waarden) zoals ‘groei’, ‘gezelligheid’, géén ‘rot sfeer’, maar wel ‘contact’, e.d. Voor haar hebben deze waarden nog het meest te maken met prestatie en competitie (de oranje drive). Andere sleutelwoorden voor deze drive zijn: doelmatigheid, succes, resultaten en vooruitgang. Dit betekent dat voor haar – althans in deze context – de knikkers en niet het spel; om als overwinnaar te voorschijn te komen voorop staan. Wat zij vrij belangrijk vindt is winnen, waarbij efficiency belangrijk is en ‘het doel de middelen heiligt’. Wat voor haar vrij sterk meespeelt haar kansen om mee te doen in de competitie en hoog te scoren. Zij wil graag in haar hoge status gezien worden. Zij gaat er vrij vaak van uit dat het in het leven veel kansen biedt, die je handig en vooral ook flexibel moet benutten. Ook deze drive is overigens niet heel sterk (er zijn geen hoge of zeer hoge scores).
Maar bijna alle andere drives spelen ook een zekere, zij het heel bescheiden rol in haar denken: geborgenheid en traditie (de paarse drive), structuur en ordening (de blauwe drive), vrijheid en persoonlijke ontwikkeling (de gele drive), focus op het grote geheel en het streven naar integratie (de turkooise drive), sociaal contact en consensus (de groene drive): ze zijn voor haar allemaal af en toe van belang. Alleen de rode drive (het opbouwen van een reputatie en het krijgen van respect) scoort zeer laag, deze waarden spelen geen rol of een zeer geringe rol in haar denken.
Samenvatting
Hoe beoordeelt zij mensen en situaties? Daarbij zijn bijna alle gemeten drives enigszins belangrijk, maar de oranje drive (de knikkers en niet het spel; om als overwinnaar te voorschijn te komen) is duidelijk iets belangrijker. Geen van deze drives is bijzonder sterk. De rode drive (het opbouwen van een reputatie en het krijgen van respect) speelt geen of nauwelijks een rol.
Demografische gegevens
Gegenereerd door MindSonar Versie 7.5
Copyright Metaprofiel b.v. Nijmegen, Nederland
Alle rechten voorbehouden